5 fouten die zzp-elektromonteurs maken bij het bepalen van hun uurtarief
(en hoe je een reëel tarief berekent)
Je stapt van loondienst naar zzp’en, of je zit er al even in en je uurtarief voelt nog steeds als nattevingerwerk. Niet gek: niemand heeft je ooit geleerd hoe je een tarief berekent, je hebt gewoon een getal geprikt dat “wel goed voelde”.
Een uurtarief is geen brutosalaris met een schilletje eromheen. Er zitten kosten, belasting en uren in verstopt die je als werknemer nooit zelf hoefde te berekenen. Reken je dat niet goed door, dan lever je vakwerk voor een tarief waar je aan het eind van het jaar op tekortkomt. De vraag “wat verdient een zzp-elektromonteur nou eigenlijk” heeft geen vast antwoord, wel een manier om het voor jouw situatie uit te rekenen.
In dit stuk lees je de 5 fouten die zzp-elektromonteurs het vaakst maken bij het bepalen van hun tarief, met een rekenvoorbeeld dat je zo kunt overnemen. Aan het einde weet je precies waar jouw tarief zou moeten liggen.
De fouten op een rij
1. Je baseert je tarief op je oude brutosalaris
2. Je gaat ervan uit dat je ieder gewerkt uur kunt factureren
3. Je zet geen geld opzij voor de belasting
4. Je rekent voor iedere opdracht hetzelfde tarief
5. Je vergelijkt je tarief nooit met de markt
Fout 1:
Je baseert je tarief op je oude brutosalaris
In loondienst verdiende je €25 per uur. Als zzp’er lijkt €30 per uur dan misschien een mooi bedrag. Maar vergeet niet wat je werkgever eerder voor je regelde en betaalde: vakantiegeld, pensioen, doorbetaling bij ziekte, gereedschap, verzekeringen en administratie. Als zzp’er moet je dit allemaal zelf betalen én hiervoor geld opzijzetten.
Zo pak je het wel aan: Tel bij elkaar op wat je netto wilt overhouden en welke zakelijke kosten je maakt. Houd daarnaast rekening met een reserve voor de belasting. Deel het totale bedrag vervolgens door het aantal uren dat je daadwerkelijk aan klanten kunt factureren. Stel: als ervaren zzp-elektromonteur wil je €45.000 netto per jaar overhouden. Je verwacht €10.000 aan kosten voor bijvoorbeeld je bus, gereedschap, verzekeringen, administratie en bijscholing. Tel je daar een belastingreserve van 35% bij op, dan kom je uit op €74.250. Deel je dat door 1.400 declarabele uren, dan kom je uit op ongeveer €53 per uur, exclusief btw.
Dit is een vereenvoudigde vuistregel, zoals Aanpakkers die ook op de tarievenpagina gebruikt. Het is geen fiscaal advies. Hoeveel belasting je werkelijk betaalt, hangt af van je persoonlijke situatie. Zakelijke kosten mag je bijvoorbeeld meestal van je omzet aftrekken voordat je belasting over je winst betaalt. Wil je het nauwkeuriger berekenen? Gebruik dan de uurtariefcalculator van KVK of bespreek het met je boekhouder. De uitkomst van €53 per uur volgt uit de bedragen in dit voorbeeld. Kies je een lager gewenst inkomen of kun je meer uren factureren? Dan verandert ook het uurtarief.
Ben je net gestart? Reken dan voorzichtig. Misschien ga je in het begin uit van €30.000 netto per jaar, €7.000 aan kosten en 1.200 declarabele uren. Met dezelfde belastingreserve van 35% kom je uit op ongeveer €42 per uur, exclusief btw. Naarmate je bedrijf groeit, kun je je tarief opnieuw berekenen en aanpassen.
Fout 2:
Je gaat ervan uit dat je ieder gewerkt uur kunt factureren
Je rekent met 40 uur per week en 48 werkweken per jaar. Maar niet alle uren die je werkt, kun je bij een opdrachtgever in rekening brengen. Je bent ook tijd kwijt aan reizen, administratie, offertes maken, bijscholing en het zoeken naar nieuwe opdrachten.
Zo pak je het wel aan: reken met ongeveer 1.200 tot 1.600 declarabele uren per jaar, verdeeld over gemiddeld 40 tot 45 werkbare weken. De overige tijd gaat op aan vakantie, ziekte, feestdagen, administratie en periodes tussen opdrachten. Gebruik je declarabele uren om je uurtarief te berekenen, niet alle uren die je in theorie zou kunnen werken. Anders kom je al snel uit op een tarief dat te laag is.
Fout 3:
Je zet geen geld opzij voor de belasting
In je eerste jaar als zzp’er lijkt je rekening misschien lekker vol. Totdat de aanslag inkomstenbelasting binnenkomt en blijkt dat een flink deel van dat geld eigenlijk al voor de Belastingdienst bestemd was.
Zo pak je het wel aan: zet bij iedere betaalde factuur direct een deel van je winst op een aparte rekening. Met 30 tot 40% heb je een handige richtlijn, maar hoeveel je precies nodig hebt, hangt af van je winst, aftrekposten en persoonlijke situatie. Houd ook de ontvangen btw apart. Die draag je namelijk los van je inkomstenbelasting af. Door vanaf het begin te reserveren, voorkom je dat je later moet schuiven met geld dat je eigenlijk niet meer kunt missen.
Fout 4:
Je rekent voor iedere opdracht hetzelfde tarief
Een opdracht van een half jaar bij dezelfde opdrachtgever is iets anders dan een spoedklus van drie dagen aan de andere kant van het land. Met één vast tarief doe je jezelf bij de ene opdracht tekort, terwijl je bij de andere misschien te duur bent.
Zo pak je het wel aan: pas je tarief aan op de opdracht. Voor een korte of dringende klus kun je meestal meer vragen dan voor een langdurig project. Een langere opdracht biedt namelijk meer zekerheid en kost je doorgaans minder tijd aan acquisitie. Kijk daarnaast naar de regio, reistijd en het soort werk. Een klus in de woningbouw kan bijvoorbeeld een ander tarief hebben dan specialistisch werk in de utiliteit of industrie.
Werk je in de industrie of utiliteit? Dan spelen ook je kennis, certificaten en werktijden mee. Denk aan een VCA-VOL-certificaat, ervaring met ATEX-omgevingen of het uitvoeren van werkzaamheden en inspecties volgens NEN 3140. Ook extra risico, meer verantwoordelijkheid en werken in ploegendienst kunnen redenen zijn om een hoger tarief te vragen.
Werk je op meerdere locaties? Houd dan ook rekening met je reistijd en reiskosten. Spreek vooraf met je opdrachtgever af of je deze apart factureert of verwerkt in je uurtarief.
Fout 5:
Je vergelijkt je tarief nooit met de markt
Je hebt ooit een uurtarief bepaald en daarna nooit meer gecontroleerd of het nog bij de markt past. Ondertussen veranderen de vraag, kosten en tarieven om je heen. Een tarief dat een paar jaar geleden goed was, kan inmiddels te laag zijn.
Zo pak je het wel aan: vergelijk je tarief regelmatig met dat van andere vakmensen in jouw regio en vakgebied. Kijk ook naar actuele opdrachten en bespreek met opdrachtgevers of bemiddelaars wat gebruikelijk is voor het soort werk dat je doet. Gebruik marktgegevens als richtlijn. Je ervaring, specialisme, regio en het type opdracht bepalen uiteindelijk welk tarief bij jou past. Specialistisch werk of een opdracht met meer risico en verantwoordelijkheid kan bijvoorbeeld reden zijn om een hoger tarief te vragen. Controleer je tarief daarom minstens één keer per jaar. Zijn je kosten gestegen, heb je meer ervaring of neem je meer verantwoordelijkheid? Dan is het logisch om je tarief opnieuw te bekijken.
Checklist: klopt jouw tarief?
- Heb ik mijn tarief echt berekend, of vooral op gevoel bepaald?
- Reken ik met mijn declarabele uren in plaats van alle uren die ik werk?
- Zet ik bij iedere betaling voldoende geld opzij voor de belasting?
- Pas ik mijn tarief aan op de opdracht, werkomgeving en benodigde kennis of certificaten?
- Vergelijk ik mijn tarief regelmatig met wat gebruikelijk is in de markt?
Nog niet overal een vinkje? Dan is het tijd om je tarief opnieuw te bekijken. Zo voorkom je dat je jezelf tekortdoet of een tarief vraagt dat niet bij de opdracht past.
Bereken een tarief dat bij jou past
Een goed uurtarief is geen giswerk. Het is een rekensom op basis van jouw kosten, belasting, declarabele uren en het soort werk dat je doet. Bereken je tarief daarom zorgvuldig en controleer regelmatig of het nog bij je situatie past. Wil je weten welk tarief bij jou past als zzp-elektromonteur? Lees dan meer over het vak en de tarieven op aanpakkers.nl/zzp-elektromonteur of gebruik de rekentool op aanpakkers.nl/tarieven-2.
Je vaste contactpersoon bij Aanpakkers denkt graag met je mee over een tarief dat past bij jouw ervaring en de opdracht.